Levende Berging

In 1998 onderzocht Bureau Stroming in opdracht van de stuurgroep Evaluatie Waterhuishoudkundige Infrastructuur (EWI) de mogelijkheden van extra waterberging in de boezems en polders van het watersysteem van Hollands Noorderkwartier. De stuurgroep EIW bestond uit een afvaardiging van de 5 beherende waterschappen, provincie Noord-Holland, het Rijk, Uitwaterende Sluizen, WLTO en Natuurmonumenten. De studie werd uitgevoerd in samenwerking met WL / Delft hydraulics.

Gevoelig watersysteem

Het watersysteem van Hollands Noorderkwartier is gevoelig voor perioden van hevige neerslag, gecombineerd met hoge buitenwaterstanden. Autonome ontwikkelingen zoals verstedelijking, intensivering van de landbouw, bodemdaling, zeespiegelstijging en een veranderend neerslagpatroon kunnen de risico's vergroten. Er is gekeken naar het inlaten van water in diepe polders, aanpassing van het bemalingsregime en naar vergroting van de bergingscapaciteit van de boezem. 28 locaties en alternatieven zijn onderzocht op effectiviteit, haalbaarheid en maatschappelijke effecten.

de oplossing

Grote retentiegebieden nabij stedelijke centra blijken maatschappelijk de grootste meerwaarde te hebben en zijn relatief eenvoudig te realiseren. Ze dragen echter maar beperkt bij aan de veiligheid. Inlaatgebieden nabij knelpunten leveren de meeste veiligheid. Uitvoering van vijf van de bergingsalternatieven lijkt voldoende om de gewenste veiligheid te bereiken. 

 

rapport
Levende Berging
Jaar van uitgave